Bagage

Wat ik wil is het volgende:

  • een hoger salaris;

  • lagere werkdruk;

  • en een calamiteitenregeling.

Tot nu toe is er vooral aandacht geweest voor één kant. In de media gaat het over lange rijen, chaos, passagiers die na uren wachten nog niet zeker weten of hun reis doorgaat. Over de angst en de onzekerheid waar ze mee te maken krijgen.

Ik begrijp de paniek, maar ze kiezen hiervoor, hè. Ze hoeven niet te gaan.

Nou ja, sommigen wel, die hebben echt geen keus, maar dat is mijn zaak niet. Dat soort dingen hoef ik niet te weten en wil ik niet weten.

Ik werk in de passagiersafhandeling. De hoge bazen hebben het liever over bagage. Ik ben ervoor om te zorgen dat die bagage van A naar B komt. Dat is wat ik doe. En ook ik heb daar vrijwillig voor gekozen, dat weet ik wel, maar er is een grens aan wat ze van me kunnen vragen. En die grens is bereikt.

Daarom staak ik.

De hoge bazen geven niks om vakmanschap en loyaliteit. Ik doe dit specifieke werk nu ruim twee jaar. Helemaal in het begin praatte ik weleens met de passagiers, probeerde ik ze gerust te stellen, begrip te tonen, maar daar ben ik gauw mee gestopt. Ze blijven namelijk maar vragen stellen, terwijl jij gewoon je werk probeert te doen. En als je dan het antwoord niet hebt, of je zegt iets wat later niet juist blijkt, of hun kind sloeg bijna overboord omdat zij die niet goed vasthielden, dan heb jij het gedaan.

Snap je? Het zal de hoge bazen verrotten met wat voor ellende je dag in, dag uit te maken krijgt, zolang zij hun geld maar verdienen.

Laat me je iets vertellen over hoe mijn werkdagen eruitzien. Ik sta vroeg op. ‘Midden in de nacht’ dekt de lading niet, het is altijd vroeger, donkerder. Regelmatig haal ik een nacht door. Meestal ben ik al op de afgesproken locatie – die wil weleens verschillen – en daar begint dan het grote wachten.

Mensen realiseren zich dat niet. Ook ik wacht, soms hele dagen. Maar ik krijg betaald per stuk, niet per uur. Als een locatie op het laatste moment wordt gewijzigd, gaan ze negen van de tien keer in zee met een ander, die daar al is. Incidenteel wordt een klus helemaal afgezegd. Als dat gebeurt, heb ik pech. Ik krijg geen compensatie.

Ik weet heus wel dat ik vervangbaar ben. Iedereen is vervangbaar. De vraag is: wat krijg je ervoor terug? Ik ken de routes, ook in het donker, naar verschillende bestemmingen. Ik kan navigeren op de maan en de sterren. Ik ben bekend met stromingen en cotidale lijnen. Kom daar nog maar eens om. Ik weet precies wat mijn boot wel en niet aankan, en wat-ie niet aankan, daar verzin ik een oplossing voor. Maar de laatste tijd blijven ze maar overladen. Dat is het probleem met die hoge bazen: ze weten dat je het werk toch wel doet. Ze willen erachterkomen wat de absolute bovengrens is van je capaciteit zodat ze daar tegenaan kunnen duwen. Ik vroeg laatst of ik een extra verdieping op die boot moest gaan maken, zo vol als ze ‘m wilden gooien. Het was een retorische vraag. Als je in de problemen komt, dan kieper je er maar één overboord, zeiden ze, liefst zo’n kleine, daar springen de ouders vanzelf achteraan, probleem opgelost.

Dat bedoel ik dus. Wat is dat nou voor reactie? Er is toch al voor betaald? En zo’n reis is niet goedkoop. Ik las laatst dat het gaat om bedragen van tot aan vijftienduizend euro. Per stuk! Daar zitten dan ook wel de kosten voor het paspoort bij, en mogelijk vervoer naar de opstaplocatie en onderdak ergens, ze komen vaak van ver, maar kom op. Vijftienduizend euro? Wat zie ik daarvan terug? Geen vijftienduizend kan ik je vertellen, ook geen vijf. Terwijl: zonder mij zou niet half zoveel bagage aan de overkant geraken. Ik knap al het vuile werk op én ik loop het meeste risico. Maar ongeacht hoe zij zelf presteren: de business van de hoge bazen loopt gewoon door. Ze weten dat ze praktisch onschendbaar zijn. Het systeem houdt ze overeind. Want bagage, die zal er altijd zijn.

Zoals het nu gaat, gaat het niet. Iedereen weet dat, niemand doet wat.

Ik heb er schoon genoeg van.

Op Shortreads.nl verschijnt elke werkdag een verhaal gebaseerd op de actualiteit.