Darlings

Kill your darlings! Of zet ze in een shortread. In het kader van eindejaarslijstjes hierbij de drie beste fragmenten die in 2022 de verhalen waarvoor ze bedacht waren, niet hebben overleefd.

1. Blauw
Mijn vader volgde een cursus schilderen maar is ermee gestopt. Hij vertelt dat de docent een blauwe verfstreek op een leeg canvas zette. “En dan liep-ie naar het raam,” zegt mijn vader, terwijl hij een denkbeeldig doek kantelt, “en dan zei-ie, kijk, nou is het lila. En dan liep-ie naar de andere kant” – mijn vader draait het doek van me weg – “en dan zei-ie, kijk, nou is het paars. En ik zei welnee man. Het is gewoon blauw. En dan zei-ie nee maar moet je kijken, moet je kijken.” Mijn vader herhaalt zijn verhaal, kantelt opnieuw meermaals het doek. “Zie je?” zegt hij tegen mij alsof hij de docent is. “Met dit licht, deze lichtinval, en kijk, met kunstlicht, en… Ach, man.” Hij laat zijn armen zakken. Het doek verdwijnt. “Blauw is toch blauw?”

2. Dubbel
Het Centraal Museum heeft een expositie over oude meesters en moderne videokunst. Ik wandel naar de Tuinzaal, waar me wordt gezegd dat ik voor de expositie bij de hoofdingang moet zijn. Ik loop naar de hoofdingang. Een vrijwilliger zegt dat ik bij de Tuinzaal moet zijn. Ik wandel terug naar de Tuinzaal, waar de vrijwilliger mij uitlegt dat alleen de filmvertoning in de Tuinzaal is. Ik loop terug naar de hoofdingang en krijg een kaartje voor de expositie Double Act. De garderobe bestaat uit rijen lege stoelen achter een balie die allemaal staan opgesteld richting een televisie waar niks op is te zien.
De man naast me vraagt of hij zijn jas aan mag houden. Dat mag niet. Er mag niets mee naar binnen.
Ik reik mijn spullen aan en voel naar het vest in mijn tas. “Is het fris in de zalen?” vraag ik.
“Fris niet,” zegt de vrijwilliger, “maar het is er wel heel duister.”
Ik heb het gevoel dat er van me wordt verwacht dat ik maatregelen tref, maar ik begrijp niet welke. Ik lever mijn tas in en maak de oversteek richting de eerste zaal. Onderaan een groot informatiebord zie ik de afbeelding van een koptelefoon met een cijfer.
Ik loop terug naar de garderobe en vraag: “Heb ik voor deze expositie mijn telefoon en oortjes nodig?”
“Als je de audiotour wilt doen,” bijt de vrijwilliger me toe, “lijkt me dat wel handig, ja.”
Ik wandel door de expositie. Er is een trompetterende brommer, een man die verdwijnt in een verzengende vuurzee, iemand die onophoudelijk “Ok” zegt.
In één van de zalen hangen zes schermen waarop video’s worden getoond van Congolese soldaten. De beelden zijn in infrarood geschoten, wat voor een vervreemdend verkleurde wereld zorgt. Soldaten rennen over een paarse helling. Roerloze lichamen op magenta gras. Een officier schreeuwt iets tegen drie vrouwelijke soldaten, in een knalroze jungle met een turquoise rivier.
En al die tijd hoor ik hard gelach, gegiechel en gehinnik. De betekenis ervan ontgaat me. Is het een kritiek op onze houding jegens oorlogen in verre landen? Is het bedoeld als een extra soort vorm van vervreemding?
Totdat plots het gelach langs komt gelopen: een tienermeisje met haar familie, gillend en pratend onderweg naar de volgende zaal.

3. Beer
Op een vakantiepark in Laos vraagt een andere toerist of ik de beer al heb gezien. Ik ga ervan uit dat hij de stevige Staffordshire terrier van de eigenaar bedoelt die bij alle gasten een aai komt halen alsof hij een collecteronde loopt. Maar tijdens een wandeling over het schiereiland, de volgende dag, zien we haar ineens achter haar omheining: een zwarte beer, peuzelend op een appeltje.
Pascal, de Franse eigenaar van het resort, vertelt dat de beer bestemd was voor een leven in een te klein hok, met zwerende kathethers in haar buik om gal te onttrekken. Hij en zijn Laotiaanse vrouw Souk hebben haar zelf gered van een illegale markt of de beer is via-via op hun pad gekomen – zijn zware accent maakt het moeilijk om Pascal te volgen. “We wilden terug naar Frankrijk op een dag,” vertelt hij me een keer, ’s avonds laat. “Mijn ouders worden oud. En Frankrijk is meer beter voor onze zoon. Maar die beer, zij wordt misschien dertig jaar.” De komst van de beer had alle toekomstplannen onherroepelijk veranderd. Pascal haalt zijn schouders op. “That’s life.”
Als er toch íets is wat hij rustig in het Frans kan zeggen, is dat het. Maar hij zegt het in het Engels, zijn Engels, en de hele vakantie lang herhaal ik die twee woorden, “Zest lijv-ah”, elke keer als we onze plannen moeten bijstellen.

Op Shortreads.nl verschijnt elke werkdag een verhaal gebaseerd op de actualiteit.